MEER BOS THEATERPRODUCTIES
logo South African Road Trip
EXTRA
BLOED IS DIKKER DAN WATER
Bij binnenkomst in de Buitenveldertse flat is Simphiwe Hobhoshe druk aan het stofzuigen. Een activiteit waar hij zich waarschijnlijk thuis niet al te vaak aan zal overgeven. Of nog waarschijnlijker: nooit. En niet alleen omdat de elektriciteitsvoorziening bij hem thuis in Khayelitsha, de township van Kaapstad, tamelijk onzeker is, maar vooral omdat een bezem meer voor de hand ligt in een golfplaten huisje dat slechts uit één vertrek bestaat.
Dat huisje, waar hij met zijn vrouw en tweejarige dochter woont, staat momenteel leeg. Toen Simphiwe in augustus 2009 naar Nederland vertrok om samen met de andere Khayelitsha mannen te zingen en dansen in de musical Amandla! Mandela, verhuisden zijn kind en vrouw tijdelijk naar haar ouders, die in de buurt wonen.
Simphiwe: ‘Moeder en dochter alleen thuis, dat is echt veel te gevaarlijk in Khayelitsha, met al die inbraken, overvallen en verkrachtingen. Er is vaak geen elektriciteit en dan ben je echt vogelvrij. Bij mijn schoonouders zijn altijd wel een paar mensen thuis, dus dan voel ik me meer op mijn gemak.’
Lennox Tsawe maakt zich op dat punt iets minder zorgen over de situatie waarin hij zijn vrouw en twee kinderen (een zoon van 8 en een dochter van 12) in Zuid Afrika heeft achtergelaten. ‘De zeventienjarige broer van mijn vrouw woont ook bij ons in, en de buren zijn goede vrienden. Mijn broer en zijn vrouw wonen vlakbij, dus zij heeft veel mensen in de buurt waar zij op kan rekenen.’
En kunnen de mannen ook op hun vrouwen rekenen? Ze zijn ten slotte meer dan een half jaar van huis.
Lennox: ‘Er is wederzijds respect en vertrouwen. Als je tegenwoordig aan je vrouw voorstelt om met een condoom te vrijen, dan weet ze eigenlijk al dat je gevaarlijke seks hebt gehad met een andere vrouw. Het ergste is om je eigen vrouw te besmetten na een avontuur buiten de deur. Er zijn miljoenen vrouwen, en ook heel veel mooie. Maar ik heb mijn vrouw gekozen. Nou, als zij dan zo speciaal is, dan moet ik haar ook trouw blijven. En ik weet dat zij daar ook zo over denkt.’ Simphiwe geeft met een linke twinkeling in zijn ogen toe dat er vele verleidingen zijn, maar hij moet zich in Nederland richten op zijn werk. Het is soms behoorlijk zwaar, maar als hij de verleidingen heeft weerstaan is het gevoel van geluk strakjes als hij thuis komt alleen maar groter.
Ondanks de vertrouwde en geruststellende omgeving waarin zij vrouw en kinderen zich bevinden denkt Lennox erover om na zijn terugkeer naar een ander deel van Khayelitsha te verhuizen, waar men hem niet (zo goed) kent. ‘Mijn huisje is wel wat groter dan de shack van Simphiwe. Ik heb drie vertrekken. Mijn zoon heeft zelfs een eigen kamer met een eigen televisie, waar hij zijn eigen programma’s en dvd’s kan kijken en spelletjes kan spelen. Niet dat ik rijk ben hoor. Vrijwel alles is tweedehands en mijn huis is ook een bouwvallig geheel van golfplaten, zonder wc. We wonen daar illegaal in het squatter-camp. De eigenaar van de grond heeft plannen om er een industrieterrein van te maken en als die plannen gerealiseerd worden kunnen we zomaar weggestuurd worden. De huisjes zakken allemaal weg, omdat het zandgrond is, we houden het binnen niet droog als het regent, en iedereen gooit zijn afval op straat. Dus ideaal is het zeker niet. Maar waar ik me vooral zorgen over maak is hoe de buurt mij zal bekijken als ik straks weer terug ben. Iedereen weet dat ik in het buitenland heb gewerkt en we zijn met onze groep ook wel eens op televisie geweest. Dan gaat men er dus van uit dat je veel geld hebt. Mensen, en dan heb ik het niet over familieleden, zullen geld van me willen lenen, en als je daar niet op ingaat heb je ruzie. De kans op berovingen en inbraak is dan nóg groter. Daarom denk ik dat het beter is om ergens anders een stenen huisje te bouwen. Dat is ook beter te beveiligen.’
De belangen van het gezin, of meer nog de uitgebreide familie, staan bij Lennox en Simphiwe voorop. Daarin verschillen zij niet van de andere leden van de Xhosa stam. Antropologen die generalisaties niet schuwen zullen waarschijnlijk zelfs beweren dat de Xhosa in hun familieopvattingen niet verschillen van de meeste niet Westerse volkeren. Hoe het ook zij, egocentrisme is Lennox en Simphiwe volkomen vreemd als het om familie gaat.
Van het inkomen van Lennox zijn zeker vijftien mensen afhankelijk. Zijn familieverhaal is voor Zuid Afrikaanse begrippen misschien niet eens zo uitzonderlijk, maar daarom niet minder aangrijpend. ‘Mijn moeder was niet getrouwd. Zij kon wel goed voor haar kinderen zorgen, omdat ze in een hotel werkte. Maar een alleenstaande moeder wordt op het platteland van Umtate – de streek waar ook Nelson Mandela vandaan komt, zo’n twaalf uur reizen van Kaapstad – niet echt geaccepteerd. Daarom trok de broer van mijn moeder bij haar in om een gewone huwelijkssituatie voor te wenden. Pas toen ik twaalf was, kwam ik erachter dat ik door mijn oom ben opgevoed en niet door mijn echte vader. De man die ons meestal rond kerstmis wat kleren kwam brengen bleek mijn vader te zijn. Ik heb daarna wel enig contact met hem gehad, maar hij is inmiddels overleden.
‘In 1980 ben ik naar Kaapstad gegaan, waar ik mijn vrouw heb ontmoet. De band met mijn moeder is heel hecht gebleven. Op het platteland is grond geen probleem. Daarom is er nog een huisje bijgebouwd en heeft ze een groentetuintje. Mijn oudste zus en mijn twee broers wonen daar nu ook. Mijn zus heeft aids en krijgt een kleine uitkering. Mijn ene broer werkt zo nu en dan, mijn andere broer heeft geen werk….maar wel negen kinderen, waar mijn moeder dus eigenlijk voor moet zorgen. Een beter argument voor family planning is nauwelijks te bedenken. Mijn moeder werkt niet meer, dus die familielast is met haar pensioentje niet te dragen, ook al komt er voor kinderen tot twaalf jaar wel wat kinderbijslag binnen. Daarom stuur ik mijn moeder regelmatig wat geld en zorg ik ervoor dat mijn negen neefjes en nichtjes naar school kunnen. Ik betaal de boeken, het schoolgeld en de schooluniformen. Ik voel die verantwoordelijkheid niet als een vervelende druk. Ik verdien voor Zuid Afrikaanse begrippen heel goed in Nederland, dus ik deel.’
Ook voor Simphiwe, geboren in Grahamstown in Oostkaap, geldt dat een deel van zijn inkomen bij zijn moeder en andere verwanten terecht komt. Toen zijn moeder een baan in de huishouding kon krijgen, verhuisde het gezin met de kleine Simphiwe naar Mfuleni, een sloppenwijk op ongeveer 25 kilometer afstand van Kaapstad. Later verhuisde Simphiwe naar Khayelitsha, terwijl zijn moeder nog steeds in Mfuleni woont, met twee van haar kinderen.
Simphiwe: ‘Mijn moeder, die gescheiden is, sukkelt met haar gezondheid en werkt dus niet meer. Zij moet het doen met een bescheiden uitkering, waarvan ook nog mijn werkloze broer en mijn zus en haar vier kinderen moeten leven. Met het geld dat ik haar geef wordt de elektriciteit betaald en wat eten gekocht. Ik heb geen keus, zo is het nou eenmaal. Maar ik besef heel goed dat ik iets in mijn leven heb bereikt door mijn moeder, die keihard gewerkt heeft.’
Een niet onaanzienlijk deel van het in Nederland verdiende geld gaat op aan telefoonkosten. In de eenvoudige huisjes aan het thuisfront staat geen computer, dus e-mailcontact is onmogelijk. Tijdens de lange gesprekken met zijn moeder zal Lennox nooit over de echte problemen horen, want zijn moeder wil niet dat hij zich zo ver van huis extra zorgen maakt. Simphiwe heeft zijn vrouw duidelijk gemaakt dat hij alles wil weten, ook de narigheid, omdat hij ook over mogelijke oplossingen wil nadenken. Voor de ultieme stap om moeilijkheden uit de weg te ruimen zijn ze beiden zeer terughoudend. Nee, ze gaan niet naar huis. Het contract moet worden uitgediend. Zij zien het werk in Nederland als een enorme ervaring met veel positieve kanten, maar ook als een opoffering waar ze later veel plezier van zullen hebben. Dus..doorzetten onder alle omstandigheden.
Ook al gaan beide mannen er blind van uit dat hun kinderen dezelfde onbaatzuchtige houding tegenover hun ouders zullen aannemen, ze beseffen wel dat er voor de nieuwe generatie door de afschaffing van de Apartheid iets is veranderd. Zo bestaat de kans dat hun kinderen misschien met een blanke of Aziatische liefde thuis zullen komen. Simphiwe twijfelt geen moment: ‘Als hij van mijn dochter houdt en hij kan haar onderhouden, dan vind ik het prima. Als hij maar genoeg koeien meeneemt. En hij zal helemaal over de brug moeten komen als mijn dochter op mijn kosten een opleiding heeft gevolgd.’
Lennox stelt een duidelijke voorwaarde als zijn dochter iemand mee naar huis neemt. ‘Het moet niet zomaar een liefdesvriendje zijn, maar echt de ware huwelijkskandidaat. Ik wil niet dat ze maar een beetje op straat met jongens rondhangt als ze nog jong is. Dan vind ik dat ik het recht heb om haar een pak slaag te geven. Aids is een van de grootste problemen is Zuid Afrika en dat los je niet op door je kinderen seksuele vrijheid te geven. Maar ik weet dat de wet inmiddels is aangepast en dat vrouwen en kinderen meer in bescherming worden genomen. Een dochter kan haar vader flink in de problemen brengen, en hem zelfs laten arresteren, als zij met een verhaal bij de politie komt over mishandeling of seksuele intimidatie. En dan hoeft het echt niet de waarheid te zijn. Wat dat betreft was het vroeger toch wel wat overzichtelijker. Ik werd door mijn moeder en mijn zogenaamde vader geslagen, ook wel met een stok, als ik iets deed wat in hun ogen fout was. Het was wel de gewoonte om de deur open te laten staan als je je zoon een pak rammel gaf. Als hij namelijk even sterk is of zelfs sterker dan zou hij in de verleiding kunnen komen om terug te slaan. En dat past natuurlijk niet in de traditionele verhouding tussen vader en zoon. Dus dan moet je je zoon de gelegenheid geven om weg te kunnen rennen.’
Simphiwe, die toch een halve generatie jonger is dan Lennox, kan een glimlach niet onderdrukken bij het aanhoren van de monoloog van Lennox. Ook hij kan zich wel voorstellen dat je zo nu en dan een mep uitdeelt als je echt kwaad bent, maar hij geeft er toch de voorkeur aan om problemen uit te praten met zijn kinderen. En als je dan werkelijk niet tot elkaar komt, en de situatie wordt onleefbaar, dan moet het kind maar de consequenties trekken en het huis verlaten.
En dat is dan weer een oplossing waar Lennox zich helemaal niets bij kan voorstellen: ‘Bloed is dikker dan water. Al gaan je kinderen nog zo vreselijk over de grens, het blijft familie en die laat je nooit vallen.’
Naast een interraciale relatie wordt de twee mannen een nóg lastiger dilemma voorgeschoteld: wat doe je als je zoon met een man thuiskomt, of je dochter met een vrouw? Het is een situatie waar de meeste Afrikanen absoluut niet mee weten om te gaan. Een man heeft een vrouw, en als het even kan misschien zelfs meerdere, en een vrouw heeft een man. Dat is de natuur en zo heeft God het gewild. Punt uit.
In het gesprek is tot nu toe nog niet zo’n lange stilte gevallen. Uiteindelijk neemt Lennox aarzelend het woord. ‘Je kind is een geschenk van God en dat moet je dus accepteren zoals het is. Ik zou het er vreselijk moeilijk mee hebben, maar ik zou tot God bidden dat hij me de kracht geeft om me te verzoenen met dat lot.’
Simphiwe: ‘In een van de liedjes die onze Khayelitsha-groep op het repertoire heeft zingen we You can lead a kid to lunch, but you can’t make him eat. Dat is ook in dit geval van toepassing. Ik heb een dochter gemaakt, en ik hoop nog twee kinderen te krijgen, maar zij zijn niet mijn eigendom. Uiteindelijk gaan zij toch hun eigen weg.’

Patrick van den Hanenberg
Untitled Document
Nieuwsbrief Bos Theaterproducties Koop je tickets voor South African Road Trip Bestel de CD South African Road Trip in de webshop