MEER BOS THEATERPRODUCTIES
logo South African Road Trip
EXTRA
EEN TROTSE ZUID AFRIKAAN, EEN TROTSE XHOSA (maar niet blind)
Ze wilde er niets van missen. Dus had Andisiwe Mbunje (23) zich ’s nachts voor het slaapkamerraam van haar appartement in Buitenveldert geposteerd om de sneeuwvlokken te zien vallen. Niet alleen omdat het de eerste sneeuw van de winter 2009-2010 zou zijn, maar voor Andisiwe echt de eerste sneeuw die ze in haar leven zou zien. De voorspelling van de weerman kwam uit.
‘Ik heb wel een uur naar buiten gestaard. Het was doodstil. Prachtig. Toen de cast de volgende dag met de bus naar het theater reed zijn we onderweg op een mooie plek gestopt voor een sneeuwballengevecht. Er waren op dat moment geen oudere mensen, iedereen was gewoon weer kind. Er kwamen ook andere mensen bij. Het was een gevecht met een glimlach op het gezicht. Ik peperde iemand in die ik nog nooit gezien had. Ik heb in Zuid Afrika gebeden tot God om sneeuw te zien. Maar ik moet eerlijk zeggen dat het nu wel weer genoeg is.’
De relatie met God is blijkbaar goed, want Andisiwe heeft ook gebeden om eens overzee te reizen. En ook dat gebed is verhoord. ‘Toen ik hoorde dat ik een rol kreeg in de musical Amandla! Mandela en dus voor langere tijd naar Nederland zou gaan, heb ik eerst uitzinnig gedanst en ben daarna naar de kerk gegaan om te danken. Ik was zo opgewonden. Ik ben de eerste persoon in mijn familie die naar buitenland is gegaan.’
Andisiwe is geboren in Centani, een dorpje aan de kust in de Oostkaap bij East London. Haar moeder is met haar drie kinderen naar Kaapstad verhuisd toen Andisiwe 12 jaar oud was. Zij was er al eens eerder als klein kind geweest. ‘Ik had een hevige pijn aan mijn nek en moest naar Kaapstad voor behandeling. Toen we ons klaar maakten voor de lange reis werd de pijn al minder, maar dat heb ik niet tegen mijn moeder verteld, want het was voor mij een droom om naar Kaapstad te gaan. Uiteindelijk zijn we, net als veel Xhosa van het platteland, in Kaapstad gebleven. Daar ben ik door de hardheid van de stad volwassen geworden, maar ik zal de Oostkaap altijd als thuis blijven beschouwen. Mijn oma woont daar nog steeds, en daarom ga ik daar regelmatig op bezoek. Mijn opa is in 1998 overleden. Mijn moeder was toen juist in Kaapstad aan een opleiding bij de politie begonnen en had geen geld om naar de begrafenis te komen. Ik heb een hele sterke moeder. Ik woon samen met mijn zus nog steeds bij mijn moeder. We hebben een klein golfplaten huisje – ongeveer zo groot als de schuur waar mensen in Nederland hun fiets en tuingereedschap in opbergen – en tot ik naar Nederland vertrok sliep ik met mijn moeder in één bed.’
‘Als ik thuiskom, zal dat niet meer nodig zijn, want met een deel van het geld dat ik in Nederland verdien wordt een klein stukje aan het huis in Khayelitsha gebouwd, waardoor ik voor het eerst in mijn leven een eigen kamer krijgt. Nu is er dus helemaal geen reden meer om het huis uit te gaan. Daarvoor ben ik te zeer aan haar moeder gehecht. Natuurlijk ga ik trouwen. Ik wacht tot God de juiste man op mijn pad stuurt, die de verantwoordelijkheden aankan, en die ook accepteert dat ik in het theater werk. Leeftijd maakt voor mij niet uit. Als ik maar controle over mijn leven houd. Ik heb er geen behoefte aan om met een kind op mijn nek hout te gaan sprokkelen in het bos en het huishouden te doen.
‘Mijn moeder is nooit getrouwd geweest. Ik ben opgevoed door mijn opa en oma, die ik tot mijn zesde vader en moeder heb genoemd. Mijn moeder noemde ik toen zuster. Dat kon niet anders in die situatie, want men zegt: Een kind kan geen kind hebben.
‘Toen ik zes jaar was heb ik gevraagd hoe het nou precies zat. Mijn moeder heeft me uitgelegd dat mijn vader is weggegaan om in Johannesburg te studeren. Daarna heeft hij mijn moeder laten zitten. Ik heb echt geprobeerd om contact te krijgen met mijn vader. Ik wist wie hij was, want hij betaalde een beetje mee aan mijn opvoeding. Toen hij terugkwam uit Johannesburg was hij leraar. Inmiddels is hij onderwijsinspecteur, een belangrijk man. Hij reed regelmatig langs ons huis in zijn auto. Ik ging vaak aan de weg staan om naar hem te zwaaien, maar hij zwaaide nooit terug. Mijn oma mocht niet zien dat ik daar stond, want dan haalde ze me weg. Ik ben wel eens naar zijn huis gegaan, maar hij heeft nooit gereageerd op mijn pogingen om hem te leren kennen. Ik wilde zo graag zijn kant van het verhaal horen.
‘Ik wil zijn geld niet, maar ik wil gewoon een band met hem, want hij is mijn vader. Het stoorde mij dat andere meisjes, die bij zijn dochters op school zaten, wel gewoon toegang hadden tot zijn huis. Ik snapte ook wel dat ze daar graag kwamen, want bij hem kreeg je natuurlijk dingen te eten die wij alleen met kerstmis hadden, zoals jam. Het is mijn droom dat ik ooit mijn eigen auto heb en dan langs zijn huis rijd. En dan hoop ik dat een geit de weg blokkeert zodat ik kan toeteren dat hij de geit moet weghalen. Of ook heel mooi lijkt het me als ik zie dat hij een lekke band heeft en dat ik dan uit mijn auto kan stappen om hem een wiel aan te bieden. Dan moet hij wel naar mij kijken. Dat zijn de plezierige dromen. Ik denk ook wel eens dat het fijn zou zijn om langs zijn huis te rijden als het regent. Hij staat voor de deur en als ik door een plas rijd spat ik hem helemaal nat. Maar nee, ik wil hem absoluut geen pijn doen. Als hij ziek is wil ik hem naar het ziekenhuis brengen. Ik hoop dat hij nog lang leeft en ziet dat ik succes heb.
‘Gelukkig heb ik wel contact met een van zijn dochters bij zijn nieuwe vrouw. Ik was een tijd geleden in mijn geboortedorp in de Oostkaap, en ik hing wat rond met andere meisjes. Op een gegeven moment is een van die meisjes met mijn telefoon aan het spelen en zij komt tot haar stomme verbazing het telefoonnummer van haar eigen vader tegen. Zij bleek dus, zonder dat wij het van elkaar wisten, mijn halfzus te zijn. Voordat ik naar Nederland kwam speelde ik in een toneelstuk dat werd opgevoerd op het National Arts Festival in Grahamstown. Dat is in de buurt van mijn vader. Ik heb hem opgebeld om te vragen of we elkaar konden spreken. Hij zei dat hij het druk had. Toen heb ik zijn dochter gebeld, en die kwam meteen naar me toe. Nee, hij had het helemaal niet druk, hij was gewoon met zijn laptop aan het spelen, vertelde ze. Zij mag mijn naam thuis niet eens noemen. We hebben via Facebook contact. Ik noem haar geen halfzuster, ze is mijn echte zuster.
‘Alles wat fout ging in mijn leven schoof ik altijd op het feit dat mijn vader mijn moeder in de steek heeft gelaten. Maar dat doe ik niet meer. Al die dingen moesten gewoon gebeuren om ervoor te zorgen dat ik de persoon ben geworden die ik nu ben. Als ik alles zou hebben gekregen wat ik maar wilde, zou ik een verwend en naar kind zijn geworden. Nu ben ik me veel meer bewust van de waarde van het leven en heb ik waardevolle mensen ontmoet die mijn leven hebben veranderd. Wij hebben het financieel altijd moeilijk gehad, maar daarom ben ik nooit in de verleiding gekomen om geld uit te gegeven aan drank en drugs. Ik drink nog steeds niet. Op oudejaarsavond vierden we feest met wat mensen van de cast van Amadla! Mandela. Ik heb kinderchampagne gedronken en net gedaan alsof ik dronken was.
‘Pas in 1998 heeft mijn moeder een vaste baan gekregen bij de politie. Zij bewaakt het parlementsgebouw. Daarvoor heeft zij in Centani en later in Khayelitsha allerlei werk gedaan om het hoofd boven water te houden. Zo verkocht zij kip op straat – mijn zusje en ik trouwens ook – en heeft ze in de huishouding gewerkt. Toen zij ramen aan het lappen was bij een blanke familie trok een van de kinderen de trap onder haar weg. Dat was daar meteen haar laatste werkdag. Zij heeft ook nog een tijdje een kroeg, een shabeen gehad. Maar daar moest zij van mijn opa mee stoppen, want hij wilde als goed christen niet dat zijn dochter met dronkenlappen om moest gaan.
‘Wij haalden de meeste van onze kleren en dingen voor het huis uit de Tip In-shop. Daar brengen mensen hun overbodige spullen heen, die je dan gratis of voor heel weinig geld kunt meenemen. Wij namen wel eens kleren mee, die we thuis wasten en dan weer verkochten. Dat deed ik dan na school bij het treinstation. Mijn moeder heeft in de Tip In-shop ook het hout en ander materiaal bij elkaar gescharreld om ons huisje een beetje te verbouwen. Van de lappen die ze daar haalde heeft ze een mooie kerkjurk voor me genaaid.
‘Er wordt daar ook wel eten gebracht, maar dat hebben we nooit meegenomen, ofschoon we nauwelijks geld genoeg hadden om op school behoorlijk te eten. Veel kinderen hadden lekker gevulde lunchdoosjes bij zich. Na school op vrijdag trokken zij mooie kleren aan, maar die had ik niet. Dat was heel pijnlijk. Er waren twee jongens die mij altijd uitscholden en geld van me wilden hebben. Als ik het niet zou geven zouden ze me in elkaar slaan. Dat heb ik mijn broer verteld en die heeft me toen een tijdje naar school gebracht en weer opgehaald. Maar soms had hij werk en kon hij niet komen. Op het schoolterrein werd ik dan alsnog geslagen. Als mijn broer uitsliep, bracht hij me pas rond twaalf uur naar school. Ik schaamde me dood, want dan was iedereen natuurlijk al druk aan het werk. Dan moest ik de rest van de lessen op mijn knieën zitten met mijn schoolbank boven mijn hoofd. Een van die jongens die mij toen zo pestte is niet zo lang geleden overleden. Ik moest niet huilen van dat bericht. Ik ben wel naar zijn begrafenis geweest omdat hij in de buurt woonde, maar ik ben na afloop meteen weggegaan.
‘Ik was doodongelukkig op die school en mijn cijfers waren ook slecht. Ik heb de schoolleiding nooit verteld wat er aan de hand was. Ik was te bang om dat te doen. In Afrika worden we grootgebracht met het idee dat je slechte dingen moet verbergen. Dat is een manier van overleven. Vrouwen laten vaak ook niets merken van hun huwelijksproblemen.
‘Gelukkig ben ik toen naar een andere school gegaan, waar de sfeer veel beter was. Ik mocht daar ook gewoon meedoen aan de Schoonheidswedstrijd voor nieuwe leerlingen. Ik moest wel een jurk van een ander meisje lenen, maar het ging niet alleen om mooie kleren of het uiterlijk. Het was ook een intelligentietest en er werd gekeken hoe je loopt en lacht. Mijn foto werd toen in de schoolgang opgehangen. Dat deed me wel wat. Toen ik zeventien was heb ik ook meegedaan aan de Miss Khayelitsha-wedstrijd. Die heb ik gewonnen. Ik kwam met duizend rand thuis, een enorm kapitaal. Aanvankelijk dacht ik dat ik te klein zou zijn om modellenwerk te doen, maar er is nu iemand, een soort agent, die kijkt of ik foto-opdrachten kan krijgen voor tijdschriften, of misschien wel bij de film. Dat is ook een keer gruwelijk misgegaan. Een vrouw kwam bij diverse scholen langs om meisjes modellenwerk aan te bieden in Johannesburg. Ze had er ongeveer dertig uitgekozen. Omdat we er natuurlijk goed uit moesten zien heb ik alleen maar water gedronken en komkommers gegeten. Meestal eet ik niet zo gezond, en ik hou al helemaal niet van komkommers. Ik zag mezelf al als model in Johannesburg werken en in stijl van een vliegtuigtrap lopen. We moesten alleen nog even zeshonderd rand betalen als inschrijfgeld voor haar bureau. Mijn moeder heeft dat geld moeten lenen. Toen die vrouw het geld van al die meisjes binnen had hebben we haar nooit meer gezien.’
Na de middelbare school heeft Andisiwe haar theateropleiding gevolgd aan de New Africa Theatre Academy. Zij had toen een kamer in de YWCA in Kaapstad, maar daar was ze alleen in de examentijd. Het liefst was zij gewoon elke avond bij haar moeder en zus. Daarbij leidt zij ook de Save Us All Gospel Group, een kerkkoor met dertig kinderen, die zij niet te lang alleen wil laten. De jongste zanger is 14 jaar oud, en haar zus van 28 is het oudste koorlid. Tot haar spijt heeft Andisiwe vernomen dat het koor in haar afwezigheid nauwelijks tot repeteren komt.
Haar theateropleiding bracht Andisiwe naar Darling in de Westkaap, op een uur rijden van Kaapstad, waar de befaamde theatermaker-cabaretier Pieter Dirk Uys het verlaten treinstation heeft omgebouwd tot een populair theater. Daar werkte Andisiwe als serveerster, speelde met de kinderen van de bezoekers, die anders de voorstelling zouden kunnen verstoren en kondigde artiesten aan. Die taak had zij ook tijdens het Voorkamerfest. Tijdens dat jaarlijkse theaterfestival worden kleine voorstellingen gehouden bij mensen thuis, waardoor blanken, zwarten en kleurlingen eindelijk echt bij elkaar over de vloer komen. Het festival wordt sinds 2004 georganiseerd door de medewerkers van Uys samen met twee theatervrienden uit Nederland: producente Inge Bos en Wim Visser, haar echtgenoot en adjunct directeur van Koninklijk Theater Carré.
‘In het begin waren Inge en Wim alleen maar grote mensen voor mij omdat ze met Pieter Dirk Uys werkten. Maar ik merkte al snel dat het echt aardige mensen waren. Zij hebben mij min of meer onder hun hoede genomen, en zo ben ik in de cast van Amandla! Mandela terecht gekomen. Ik kan nu zeggen dat ik twee moeders heb én een echte vader. Dit jaar heb ik in Nederland voor de eerste keer in mijn leven Vaderdag kunnen vieren. Mijn moeder in Khayelitsha is niet jaloers. Zij weet dat zij altijd op mij kan rekenen.
Al ver voordat Andisiwe aan een volwaardige theateropleiding begon was het al duidelijk dat zij een leven in het theater wilde. Als scholier volgde zij al toneelklassen. ‘Bij het toneel kom je in aanraking met verhalen die je aan het denken zetten, die je dwingen om de gevolgen van bepaalde handelingen te overzien. En daarbij word je ook gedwongen om je talenten uit te buiten.’
Als 12-jarige actrice van de Ikhwezi Youth Drama Group speelde zij een HIV-besmette moeder en ook een aantal andere rollen drukte haar met de neus op de grote problemen in Zuid Afrika, zoals verkrachting. Een stuk waarin zij speelde ging over een vader die zijn dochter verkracht en haar op deze manier ‘de plaats wil laten innemen’ van zijn overleden vrouw. Via deze theatergroep kwam ze in contact met TAC, Treatment Action Campaign, een organisatie die zich inzet voor aids-preventie en slachtoffers leert omgaan met de medicijnen. Als trotse tiener liep zij met haar beste vriendin door Khayelitsha in een T-shirt met de letters HIV. ‘Mensen dachten dat wij besmet waren. Dat vonden wij niet erg. We wilden alleen maar laten zien, dat je je niet hoeft te schamen en je niet hoeft te verbergen als je aids hebt. Ik was er niet bij toen de jeugd in de jaren zeventig tegen de Apartheid vocht, maar ik kan in ieder geval wel zeggen dat ik erbij was toen de jeugd van Zuid Afrika zich inzette voor de strijd tegen HIV/Aids. Wij namen deel aan conferenties over aids in Johannesburg. Voor de organisatie Olive Leaf, die vroeger Hope World Wide heette, geef ik voorlichting aan jonge kinderen over aids, geslachtsziekten en vroegtijdige zwangerschap. De tijd dat vrouwen alles maar van dominante mannen moeten accepteren is echt voorbij. Er wordt nog steeds onveilig gevreeën, omdat het zogenaamd mannelijk is, maar die mannen durven zich daarna niet te laten testen.
‘Onder de nieuwe president Zuma is er gelukkig wel wat meer aandacht voor het probleem dan onder president Mbeki. Maar ook onder Zuma zal mijn land niet opeens een paradijs worden. Op de openbare scholen zijn geen computers, de regen stroomt door de daken en nog steeds lopen kinderen zonder schoenen naar school. Na de afschaffing van de Apartheid zijn veel mensen er vanuit gegaan dat alles automatisch goed komt. Maar die voeren zelf niets uit. Die stelen en klagen liever.’
Als het gaat om problemen in Zuid Afrika is het dringen aan de top van de lijst. Geweld lijkt net zo normaal als boodschappen doen of een potje voetballen. En dan gaat het zowel over berovingen als seksueel geweld. Die laatste ellende is Andisiwe persoonlijk bespaard gebleven. Zij heeft het wel van zeer dichtbij meegemaakt binnen haar eigen familie, waarbij een nichtje door haar oom is verkracht. De moeder van Andisiwe was zeer stellig dat de dader moest worden aangegeven, ook al zou dat schande over de familie brengen. Dat principiële standpunt werd haar door de rest van de familie bijzonder kwalijk genomen.
Andisiwe kan zich helaas wel directe ervaringsdeskundige noemen als het gaat om inbraak en overvallen. ‘Op straat heeft een keer iemand mij met een pistool bedreigd, maar ik wist te ontvluchten. Er is al drie keer bij ons thuis ingebroken. Een keer kwam iemand midden in de nacht binnen en richtte een pistool op mijn moeder. De overvallers wilden het dienstpistool van mijn moeder hebben, maar dat ligt natuurlijk niet thuis. Toen hebben ze ons in ons eigen huis opgesloten en de sleutel weggegooid. In de tijd dat ik in Nederland ben is er ook al een keer bij mijn moeder ingebroken. Het ging dit keer om de dvd-speler, een andere keer zijn we onze mobiele telefoons kwijtgeraakt. Kort geleden is mijn zwager op straat beschoten, waarbij mijn zus haar telefoon moest afgeven.
‘Toen mijn broer werk had dat behoorlijk betaalde kocht hij mooie kleren. Dan ben je ook meteen een doelwit. Nadat hij van zijn kleren beroofd was moest hij naakt naar huis. Met zijn dronken kop is hij een Zion-kerk ingegaan, waar hij zo’n mooi lang priestergewaad heeft gekregen. Thuis zei hij dat hij daarom priester zou worden. Nee, het is er niet van gekomen.’
De spraakwaterval Andisiwe komt tot rust. De maaltijd in het Chinese restaurant op de Amsterdamse Zeedijk is al een tijdje geleden op tafel gezet, maar als het over haar leven in Zuid Afrika en haar familie gaat is ze niet te stuiten. Totdat haar broer levensgroot in gedachten voor haar neus staat.
‘Ik heb zijn zoon een extra naam gegeven: Ananthi. Dat betekent ‘onze voorouders zijn met ons.’ Mijn broer is ook bij mij, altijd. Ook al is hij dood. Hij is kort voor kerstmis op straat aangereden. De auto die hem geraakt heeft is niet eens gestopt. Ik was er niet bij op zijn begrafenis. We hebben er uitvoerig over gesproken, maar de kans dat ik met mijn enkelvoudig visum niet meer terug zou kunnen komen naar Nederland om de tournee af te maken was te groot. Ik ben heel warm door de cast en iedereen die met de productie te maken heeft opgevangen. Op de dag van de begrafenis was ik bijna de hele tijd telefonisch met mijn familie verbonden. ’s Avonds in het theater waar we moesten spelen is een kleine herdenkingsdienst gehouden met de spelers en muzikanten. In de voorstelling over Nelson Mandela gaat het heel nadrukkelijk over gemeenschapszin, ubuntu. Dat heb die periode heel sterk gevoeld.
‘Ik was gek op mijn broer, ook al ging hij regelmatig de fout in. Hij is twee keer getrouwd. Zijn eerste vrouw was heel lief, maar hij heeft haar slecht behandeld. Ook zijn tweede huwelijk liep niet altijd goed. Er is eigenlijk nooit geregeld geld binnengekomen. Desondanks, of misschien wel juist daarom gingen ze allebei vaak naar de shabeen om stevig te drinken. Ik heb hem ook wel geld gegeven om te drinken. Fout natuurlijk, maar hij was ook zo’n lieve broer. Hij gaf mij altijd complimenten en hij voorspelde dat ik overzee zou gaan. Door de ogen van mijn broer was ik altijd mooi. Als hij dronken was deed hij maffe dingen. Zo heeft hij eens fel roze schoenen gekocht, die hij snel in een hoek heeft gegooid toen hij weer nuchter was.
‘Ik mis ook de rest van mijn familie ontzettend. Toen we nog in de Oostkaap woonden waren er behalve de drie kinderen ook nog negen kinderen in huis van andere familieleden. Ik sliep altijd met een paar van mijn neven en nichten op de grond vlak voor de deur. Daarom is een inbreker een keer boven op mij gestapt. Die was dus wel meteen weer weg. Ook in Kayelitsha hebben altijd neven en nichten bij ons gewoond.
‘Toen ik naar Nederland ging is er een kerkdienst gehouden, waarin afscheid van mij werd genomen. Mijn oma heeft voedsel gemaakt voor in het vliegtuig. Zij dacht dat een vliegtuig, net als de bus naar Kaapstad, een paar keer stopt om de passagiers de gelegenheid te geven naar de wc te gaan en te eten. En zij dacht dat ik dan geen geld zou hebben om wat te kopen. Ik heb het eten van mijn oma op het vliegveld meteen opgegeten. Mijn zuster huilde keihard toen ik wegging. Ik twijfelde zelfs even of ik wel moest gaan. Het was een hele slechte dag. In het vliegtuig was ik heel bang. Ik plofte bijna uit elkaar, maar ik durfde niet van mijn plaats om naar de wc te gaan. Maar ik ben zo blij dat ik in deze productie sta over een belangrijke man uit Zuid Afrika. Blij en trots. Ik ben een trotse Zuid Afrikaan, en een trotse Xhosa. Ik heb ook geen Engelse naam, zoals veel zwarten van de generatie voor mij. Mijn moeder heet Priscilla, want ze heeft veel voor blanken gewerkt en die kunnen of willen geen Xhosa-naam uitspreken. Ik heb alleen een bijnaam, Dzudzu, en dat betekent klein zoet ding.
‘Mijn Xhosa achtergrond komt op alle mogelijke momenten naar voren. Natuurlijk in de muziek. Ik vind het jammer dat er toch wat weinig echte Xhosa muziek te horen is in Amadla! Mandela. Als ik hier muziek met mensen maak, dan wordt altijd heel secuur op een bepaalde noot afgestemd. Dat betekent soms drie of vier keer opnieuw beginnen. Thuis beginnen we direct en het klopt ook meteen. Iedereen lijkt hetzelfde ritme- en toongevoel te hebben.

‘Ook in de keuken merk ik de verschillen. Gelukkig kan ik hier karnemelk kopen en dat lijkt een beetje op amasi, zure melk die ik thuis altijd drink. Het is me nu eindelijk gelukt om pens te kopen. Dat was heel moeilijk, want de slager gooit het meestal weg of aan de honden. Daarom vroeg ik of ik dan zijn hond mocht zijn. Het stinkt wel, maar het smaakt verrukkelijk.
‘Als ik straks weer thuis ben, zal ik wel wat gezonder gaan eten, zoals dat hier toch meer gebruikelijk is. Wat wordt hier veel kaas gegeten. Een lunch of een ontbijt zonder kaas lijkt niet te bestaan. Ik eet thuis wel fruit, maar een maaltijd draait toch altijd om vlees. Wij eten koeien- en varkenskoppen en natuurlijk alle ingewanden, zoals de darmen en het hart. Het is behoorlijk vet allemaal. Ik heb wel eens voor Nederlandse mensen van de cast gekookt, maar meestal krijgen ze niet meer dan vijf happen naar binnen. Voor een Nederlandse vriendin heb ik koeienhart gemaakt. Ze vond het lekker, maar toen ze hoorde wat het was, at ze niet verder. Nederlanders kunnen eigenlijk alles eten, als ze maar niet weten wat het is.
‘Elke dag kijk ik mijn ogen uit. Er is altijd wel weer iets wat mij verrast. Ik had de foto’s met fietsers natuurlijk wel gezien in het boek over Nederland dat mijn moeder voor me had gekocht voordat ik wegging, maar ik vind het echt bijzonder dat vrouwen hier allemaal fietsen. Daarom zien ze er waarschijnlijk allemaal nog zo goed uit. Bij ons ben je eigenlijk al een oude vrouw als je over de dertig bent. Mijn moeder heeft nog nooit gefietst. Het zou goed zijn als zwarte vrouwen dat wel zouden doen, want dan bouwt het lichaam meer weerstand op en dat kan heel gunstig zijn als je HIV-besmet bent.
‘Ik heb als kind wel op de fiets van mijn broer gezeten, maar dat was alleen om te spelen en niet om ergens naartoe te gaan. Als ik een fiets aan mijn moeder had gevraagd, had ze gedacht dat ik eigenlijk een jongen ben. Dat luistert allemaal heel nauw hoor. Je moet precies doen wat je geslacht je voorschrijft. Een meisje knutselt van umpa, een afgekloven maïskolf, een pop in elkaar, maakt dan wat kleertjes en leert koken. Een jongen moet voetballen. Als mijn neefje overdag wel eens slaapt, dan krijgt hij een pak slaag, want jongens slapen overdag niet. Ook als hij langzaam loopt krijgt hij te horen dat hij moet opschieten, want alleen meisjes lopen langzaam. Mijn neef heeft een keer een jurk aangetrokken toen we met elkaar speelden. Toen was het huis helemaal te klein. Hij kreeg meteen op zijn donder. Wat waren zijn ouders bang dat hij misschien homoseksueel was. Een grotere schande kun je je bijna niet voorstellen. Als homo kun je in Zuid Afrika wel overleven. Je zult het bos in moeten om andere mannen in het geheim te ontmoeten, maar je kunt toch maar het beste naar Kaapstad verhuizen. Voor een lesbische dochter is er behalve de schande nog wel een grappig probleem als je met een andere vrouw thuis zou durven te komen: welke ouders moeten nou koeien gaan betalen?
‘Ik heb hier veel gay vrienden gekregen, maar het wil niet zeggen dat er hier geen seksuele taboes zijn. In mijn cultuur wordt heel anders naar vrouwenborsten gekeken dan hier. Ik heb heel lang zonder truitje gespeeld. Door het aantal verkrachtingen verandert dat ook wel op het platteland, maar toch doet men daar in Zuid Afrika niet zo moeilijk over. Toen ik mij een keer aan het omkleden was voor de voorstelling, en ik half naakt was, zag ik geen reden om mij te bedekken toen iemand binnenkwam. Ik heb daar een opmerking over gekregen. Toen ik in Nederland kwam had ik geen bh. Niet alleen omdat mijn borsten niet hangen, maar ik voel me ook vrijer. Mijn Nederlandse moeder Inge heeft een bh voor me gekocht. Ach, het is wel handig voor de voorstelling, want ik moet een pasje bij me dragen en dat kan ik daar mooi opbergen.
‘Inge heeft trouwens ook make up voor mij gekocht. Dat heb ik in Zuid Afrika wel eens voor een auditie gedragen en een keer in een film toen ik een klein rolletje had als galante dame. Ik schrok van mezelf toen ik in de spiegel keek. De glamour van het theatervak spreekt me minder aan dan de inhoud. Als je te beroemd bent en te veel opgaat in de onbelangrijke buitenkant, dan isoleer je jezelf. Dat probeer ik ook door te geven aan de kinderen, die ik in Khayelitsha theaterlessen geef. Ik werk heel graag met jonge kinderen. Ik kan natuurlijk de wereld niet veranderen, maar als ik een paar kinderen door theater aan het denken kan zetten over belangrijke problemen, dan kunnen zij dat misschien ook weer doorgeven. Ik leer de meisjes dat vrouwen zich zelfstandig moeten opstellen. Als je niet werkt en je wacht tot je man thuiskomt, dan lijkt het net alsof je op God wacht, en dat is niet gezond. Ik zie het aan mijn moeder. Die werkte en was onafhankelijk. Daarom heb ik ook meegewerkt aan een televisiedocumentaire over seks in Zuid Afrika. Veel meisjes zijn al moeder op hun veertiende en gebruiken drugs. Mijn grote geluk is mijn moeder geweest. Als je beide ouders alcoholicus zijn, dan is het anders. Als je als kind geen liefde krijgt van je ouders dan ben je sneller geneigd om die liefde bij iemand anders te zoeken. En dan wordt liefde vaak met seks verward.
‘Als ik me zo hoor praten, dan kom ik misschien wel als een al te wijze oude dame over, maar meestal voel ik me gewoon dertien en kan ik ook behoorlijk onnozel zijn. Zo hoorde ik dat aan het begin van de winter de tijd hier verandert. Om drie uur zou de klok een uur teruggaan. Ik heb ’s nachts naar de klok zitten turen, want ik wilde zo graag zien hoe de wijzers achteruit gingen. Er gebeurde niets. De volgende dag heeft iemand me verteld dat dat toch echt door mensenhanden moet gebeuren.’

Patrick van den Hanenberg
Untitled Document
Nieuwsbrief Bos Theaterproducties Koop je tickets voor South African Road Trip Bestel de CD South African Road Trip in de webshop